Het percentage mkb-ondernemers dat bereid is het bedrijf binnen nu en twee jaar te verkopen is flink gestegen. Dat blijkt uit de jaarlijkse Bedrijfsovername-Monitor van Marktlink Fusies & Overnames, een onderzoek onder ruim tweehonderd mkb-bedrijven met tien tot tweehonderd medewerkers. Volgens de overnamespecialist wordt hiermee het beeld bevestigd dat de verkoopbereidheid toeneemt als de economische vooruitzichten onzeker zijn. Na twee jaren van daling is er dit jaar sprake van een toename van het percentage ondernemers dat het bedrijf binnen twee jaar wil verkopen. Na respectievelijk 13 en 10 procent in 2017 en 2018 is de verkoopintentie dit jaar gestegen naar 17 procent. Ook het percentage ondernemers dat stelt mentaal klaar te zijn voor een verkoop is dit jaar verdubbeld naar 12 procent, tegenover 6 procent in 2018. “Een mogelijke verklaring voor deze trend is dat verkoopbereidheid anticyclisch is”, aldus Tom Beltman van Marktlink. “Als het goed gaat met het bedrijf, dan wil de ondernemer daar nog wel een aantal jaar van blijven profiteren. Maar nu er een recessie gloort, staan weer meer ondernemers open voor een verkoop om de waarde van de onderneming veilig te stellen.” Bijna een derde van de ondernemers denkt dat verkoop binnen vijf jaar actueel wordt en twee derde binnen tien jaar. “Dit zou betekenen dat van de circa zeventigduizend mkb-bedrijven jaarlijks 4.600 bedrijven van eigenaar wisselen, oftewel een vervijfvoudiging van het jaarlijkse aantal transacties”, aldus Beltman. Waar vorig jaar nog 63 procent dacht dat de waardering van het bedrijf de komende twaalf maanden stijgt, is dat dit jaar fors gedaald naar 39 procent. Ook deze trend wijt Beltman aan onzekerheid in de markt. Pensioen ondernemers zit vast in bedrijf Voor bijna twee derde van de ondernemers is het pensioen afhankelijk van de succesvolle verkoop van het bedrijf. De pensioenonzekerheid leidt ertoe dat ruim 40 procent van de ondernemers morgen zou verkopen bij een goed bod. Beltman: “Dit verklaart wellicht ook het grote verschil tussen het aantal ondernemers dat de intentie heeft om te verkopen en het aantal daadwerkelijk geslaagde transacties. Veel ondernemers schatten de waarde van hun bedrijf, en daardoor hun pensioen, te hoog in. Hierdoor is verkoop in de praktijk nog geen optie.” Buitenlandse koper betaalt meer Omdat Marktlink sinds dit jaar ook eigen vestigingen heeft in Duitsland en België, kijkt het onderzoek dit jaar ook naar internationale transacties. Een ruime meerderheid van de ondervraagden onderschrijft dat Europese ondernemers binnen Europa moeten uitbreiden om concurrerend te blijven met Azië en de VS. Circa 40 procent ziet een toename in internationale transacties. Als belangrijkste reden om te kiezen voor een internationale koper voeren de ondernemers aan dat ze denken dat buitenlandse partijen meer betalen. Daarnaast geloven ze dat ze interessanter zijn omdat ze zich in een niche bevinden die aantrekkelijk is voor buitenlandse partijen. Beltman: “De Nederlandse ondernemer heeft het hier bij het rechte eind, want in de praktijk zien wij dat buitenlandse partijen vaak bereid zijn meer te betalen dan Nederlandse partijen. Uit recent onderzoek van Brookz onder dezelfde doelgroep blijkt bijvoorbeeld dat in Duitsland gemiddeld 20 procent meer betaald wordt voor een mkb-bedrijf.” België en Duitsland favoriete aankooplanden Over het algemeen ziet de Nederlandse ondernemer voldoende groeikansen in de binnenlandse markt en zit daarom niet direct te springen om een buitenlands avontuur. Slechts 10 procent van de ondernemers zou een bedrijf in het buitenland willen kopen. De buurlanden Duitsland (54 procent) en België (27 procent) zijn hierbij het meeste in trek. De belangrijkste redenen om geen bedrijf in het buitenland te kopen zijn met name ingegeven door onbekendheid. Zaken als taalbarrière, cultuurverschillen en verschillen in wetgeving worden veelvuldig genoemd. Dit onderschrijft ook het extreem hoge percentage van 92 procent van de ondervraagde ondernemers dat aangeeft dat een lokale overname-adviseur nodig is bij een internationale transactie. Beltman: “Ondernemers zien het belang van een sterke Europese economie, maar de verschillen tussen de landen ervaren ze als groot. Wij zien in de praktijk dat de verschillen in wetgeving weliswaar groot zijn, maar tussen ondernemers, zodra ze met elkaar aan tafel zitten, zeker niet. Voor de (Europese) politiek ligt er in onze ogen dan ook een grote verantwoordelijkheid om wetgeving meer te harmoniseren om internationale transacties te bevorderen. Dit versterkt de Europese concurrentiepositie.” Investeerders maken opmars als potentiële koper Op de vraag of een ondernemer bereid is een deel van zijn bedrijf te verkopen aan een investeerder als die wat toevoegt aan het bedrijf, gaf vorig jaar een meerderheid nog aan dat niet te willen. Dat percentage is dit jaar gedaald naar 46 procent. Investeerders worden in respectievelijk 9 en 20 procent als eerste en tweede keuze genoemd als potentiële koper. Vorig jaar was dat nog maar 5 en 13 procent. Beltman: “De Nederlandse overnamemarkt is volwassen. Met ruim tweehonderd investeringsfondsen zijn er veel kopers op de markt. In circa 40 procent van de transacties is de koper een investeerder. Het is een goede zaak dat de perceptie van ondernemers steeds dichter bij de realiteit komt aangaande investeerders. Steeds meer ondernemers zien investeerders als een logische potentiële koper.”

Bron: accountant.nl